Nieuw orgaan, nieuw leven

Elk jaar krijgen tientallen UZA-patiënten een nieuwe kans dankzij een nieuw orgaan. Sinds de eerste niertransplantatie in het UZA (1979), heeft de transplantatie- geneeskunde een enorme vlucht genomen.

Onze visie
Dhr. Walter Van Donink, transplantatiecoördinator, neemt ons mee in de geschiedenis van het UZA als transplantatiecentrum en blikt vooruit naar de uitdagingen voor de toekomst.

Dhr. Walter Van Donink, transplantatiecoördinator, neemt ons mee in de geschiedenis van het UZA als transplantatiecentrum en blikt vooruit naar de uitdagingen voor de toekomst.

Lees minder

'Tijdens het hele transplantatietraject moeten we kunnen rekenen op de inzet van iedereen, en dat kan hier echt.’

Transplantaties in het UZA In september 1979, amper twee weken na de opening van het UZA, startte het UZA als eerste ziekenhuis in de provincie Antwerpen met niertransplantaties. Vier jaar later, in 1989, vond de eerste gecombineerde nierpancreastransplantatie plaats, een primeur voor Vlaanderen. In 1994 is ook de eerste harttransplantaties een feit en eind 1997 volgde de eerste longtransplantatie. In 2001 ging het levertransplantatieprogramma van start en sinds eind 2003 worden ook transplantaties van de pancreas alleen uitgevoerd. In 2012 voerde het UZA een eerste dunnedarmtransplantatie uit. Walter Van Donink was er vanaf het begin bij als transplantatiecoördinator: ‘We hebben vanaf dag één met heel veel enthousiasme geprobeerd het UZA als transplantatiecentrum op de kaart te zetten en het topic van orgaandonatie meer bespreekbaar te maken. Ik ben trots op de evolutie die we als transplantatiecentrum hebben gemaakt en kijk samen met mijn team uit naar de ontwikkelingen van morgen. Op en top teamwerk Transplantatiegeneeskunde is op en top teamwerk. En dat team is de voorbije 40 jaar alleen maar groter geworden. ‘Ze vragen me vaak hoe groot zo’n transplantatieteam is’, vertelt Van Donink. ‘Op het moment van de wegname bij de donor kan dat heel klein zijn, soms zijn we maar met vier à vijf mensen. Maar als je kijkt naar wie er allemaal bij betrokken is, is dat een heel groot deel van het ziekenhuis: het labo, het operatiekwartier, spoedgevallen, verpleegafdelingen, intensieve zorgen… We moeten kunnen rekenen op de inzet van iedereen, en dat kan hier echt.' Donor gezocht Het tekort aan donororganen blijft een uitdaging in de transplantatiegeneeskunde. Nochtans heeft België een gunstige donorwetgeving. ‘Sinds 1986 is iedere Belg die geen verzet heeft aangetekend potentieel orgaandonor na overlijden’, legt Van Donink uit. ‘Maar in de praktijk brengen we steeds de familie op de hoogte en respecteren we hun gevoelens. We hebben een weigerpercentage van 12% - wat heel laag is - maar het blijft belangrijk om te sensibiliseren en orgaandonatie bespreekbaar te maken. Als nabestaanden de wens van de overledene kennen, respecteren ze die wens meestal.' Het tekort heeft veel te maken met verkeerscampagnes en de betere behandeling op intensieve zorg, waardoor er minder jonge verkeersdoden zijn. ‘Vroeger waren jonge verkeersslachtoffers nog goed voor de helft van het aantal donororganen. Vandaag komen, gelukkig, minder jonge mensen om in het verkeer en halen we nog maar een 20 à 25% van de organen uit verkeerstrauma's. Dat wordt aangevuld met organen van natuurlijke overlijdens. Er is echter een keerzijde: Bij natuurlijke overlijdens gaat het overwegend om oudere mensen. En hoe ouder de donor, hoe meer kans dat de organen niet geschikt zijn voor transplantatie. Al weegt op vlak van ouderdom de biologische leeftijd van de donor steeds zwaarder door dan zijn geboortejaar. Vaak zijn de organen van een fitte zestiger beter dan die van een rokende veertiger', licht Van Donink toe. Ook bij de ontvangers is kalenderleeftijd steeds een minder belangrijke rol gaan spelen. Daardoor komen nu ook meer patiënten in aanmerking voor een donororgaan. Bovendien laten nieuwe technieken toe om mensen langer in leven te houden tot er een donororgaan is. Walter Van Donink: 'Als het hart weinig tot niets meer doet, kunnen we vaak een toestel implanteren dat de functie van het hart overneemt. Daarmee kunnen we patiënten maanden tot jaren in leven houden voor transplantatie en ze zelfs in een betere conditie naar de transplantatie brengen. Gevolg is wel dat het aantal hartpatiënten op de wachtlijst verdubbeld is ten opzichte van vroeger.' Verre toekomstmuziek? Nieuwe bewaartechnieken, levende donatie en nieuwe vormen van donatie moeten verandering brengen in de lange wachttijden. Walter van Donink: ‘Machineperfusie kan een oplossing zijn om meer organen geschikt te maken voor transplantatie. Bij machineperfusie zetten we een orgaan na wegname op een machine en doen we een spoeling met bloed om het orgaan te herstellen en de kwaliteit ervan te verbeteren. Pas als we zeker zijn dat het orgaan gaat werken, transplanteren we. Nu transplanteren we een orgaan waarbij twijfel is, niet.' Meer gebruik maken van levende donoren is ook een mogelijke oplossing voor patiënten op de wachtlijst. Bovendien werken de organen van levende donoren meestal beter en langer dan die van overleden donoren. Er zijn ook verschillende onderzoeken lopende naar andere mogelijkheden. ‘Je hebt bijvoorbeeld stamceltransplantaties waarbij sommige stamcellen gebruikt kunnen worden om een zieke lever opnieuw te laten genezen’, vertelt Van Donink. ‘Wat misschien het meest tot de verbeelding spreekt en waar sommige mensen wel al van gehoord hebben, dat zijn de zogenaamde xentotransplantaties: het gebruik van dierlijke organen bij de mens’, legt Van Donink uit. ‘En het kan misschien raar klinken, maar dan zouden varkens de meest geschikte donoren zijn voor de mens. We zijn er nog niet, maar als we organen van dieren kunnen transplanteren is het tekort opgelost.'